Kijkje in de Keuken: SAWA Rotterdam

Hoe bouw je een houten woongebouw dat niet alleen duurzaam is, maar ook losmaakbaar, betaalbaar en sociaal? Met SAWA in Rotterdam wilde NICE Developers bewijzen dat het kan. Tijdens dit Kijkje in de Keuken hoorden we welke keuzes daarvoor nodig waren. In groepen gingen we kijken hoe die keuzes uitpakten in de praktijk.
750.000 schroeven later staat er SAWA
Voor de houten draagconstructie van het zestien verdiepingen tellende SAWA waren 750.000 schroeven nodig. Verder verliep de montage volgens Mark Compeer van NICE Developers bijna bedrieglijk eenvoudig: een elektrische kraan, zes mensen met schroefmachines en veel geprefabriceerde houten onderdelen. Hij vergelijkt het met een IKEA-bouwwerk.
“Alleen staat hier aan de Rotterdamse Lloydpier geen boekenkast, maar een woongebouw met 109 appartementen.” Achter die ogenschijnlijk eenvoudige bouwmethode schuilt een ontwikkeling van jaren, waarin ambities voor CO₂-reductie, circulariteit, biodiversiteit en sociale inclusiviteit vertaald werden naar concrete keuzes.

Hout was nooit het doel
Mark Compeer en Robert Winkel van Mei architects and planners vonden elkaar in hun fascinatie voor houtbouw. Maar alleen een houten gebouw neerzetten vonden ze geen doel op zich. “Dit is iets andere koek dan het ontwerpen van een houten vakantiechalet”, zegt Robert. “Het gebouw moest CO₂ reduceren, losmaakbaar en betaalbaar zijn, biodiversiteit toevoegen én ontmoeting stimuleren.”
Die ambities moet je volgens Robert vanaf het begin meenemen. “En met dat verhaal stapten we naar de gemeente Rotterdam. Zo ontstond SAWA niet als een eenmalig houten visitekaartje, maar als eerste toepassing van een bouwsysteem dat repeteerbaar is.”
Het systeem bestaat uit kolommen, balken en vloeren. Geen starre woonmodules, maar een flexibel casco waarin woningen later kunnen worden aangepast, samengevoegd of gesplitst. Dat is de gedachte achter Open Building: niet alleen bouwen voor de woonvraag van vandaag, maar een gebouw maken dat over twintig of dertig jaar nog kan meebewegen.
Ook de materiaalkeuzes volgen dat principe. Onderdelen zijn zoveel mogelijk droog verbonden en weer los te maken. Zo kreeg SAWA geen nat afgestorte betonvloer, maar een droge vloeropbouw met hergebruikt dakgrind. “Dat levert massa voor de geluidsisolatie, terwijl de houten constructie demontabel blijft. Keerzijde was dat vloerverwarming in zo’n vloeropbouw nog nooit gecertificeerd was. Dat moet je dan dus ook doen.”

De eerste keer betaal je leergeld
Een logisch systeem op papier is nog geen gebouw. Bij SAWA moesten oplossingen voor geluid, trillingen, brandveiligheid, vocht en constructieve veiligheid voor het eerst op deze schaal worden aangetoond.
Sommige keuzes kostten bovendien serieus geld. Mark: “Om het hout zichtbaar te houden, kozen we voor een sprinklerinstallatie. Zonder sprinklers was anders een groot deel van de houten constructie achter gips verdwenen.” Kosten: ongeveer een half miljoen euro extra. Toch hield het team eraan vast. “Wie in een houten gebouw woont, moet dat ook kunnen zien en ervaren.”
Ondertussen steeg de bouwsom aanzienlijk. Dat het project overeind bleef, kwam volgens Robert mede doordat de belegger achter het plan bleef staan en de gemeente hielp met de grondwaarde. “Innovatie vraagt om meer dan één enthousiasteling die houtbouw ‘leuk’ vindt. Er is commitment nodig van de organisaties die samen zo’n innovatieve ontwikkeling dragen.”

Paris Proof is al bijna geen ambitie meer
Paul van Roosmalen van de gemeente Rotterdam trekt het gesprek vervolgens iets breder. Rotterdam werkt onder de noemer ‘Duurzaam Doorbouwen’ aan kaders en richt zich daarbij op Paris Proof bouwen. Hij wijst de aanwezige marktpartijen ook op de EU-taxonomie, een classificatiesysteem dat vaststelt of economische activiteiten ecologisch duurzaam zijn. “Duurzaamheidseisen komen niet alleen vanuit overheden; financiers en beleggers vertalen ze steeds nadrukkelijker naar hun investeringen.”
“Dat gaat vanuit de economische wereld op jullie afkomen”, houdt Paul onze leden in de zaal voor. Zijn oproep: wacht niet tot alle normen vastliggen. “Als je niet gaat zoeken waar de grens ligt, kun je ook geen verbeterslagen maken. Wat bij SAWA nog pionieren was, schuift de komende jaren steeds verder op richting de norm.”

Het concept bewijst zich buiten
“Nieuwe concepten ontstaan niet achter een tekentafel”, vertelde Mark eerder. “Ze worden ontwikkeld terwijl je ermee bezig bent.” Tijd om dat te bekijken. Onder andere projectarchitect Robert Platje van Mei architects and planners neemt een deel van de groep mee naar buiten. De rondleiding begint bij de Tuin op de Pier. “Voordat SAWA hier stond, hadden buurtbewoners op dit terrein zelf onder meer een moestuin, bloementuin en speelruimte aangelegd. Nog voor er een ontwerp lag, gingen we vanuit het projectteam met de buurt in gesprek. Die geschiedenis leeft straks voort in het groen rondom en aan SAWA.”
Aan de binnenkant van het gebouw wordt een andere ambitie tastbaar. “De galerijen van de laagbouw zijn niet alleen verkeersruimte tussen lift en voordeur. Ze zijn zo ontworpen dat bewoners elkaar tegenkomen, net als rond de entrees en de gemeenschappelijke binnentuin. Op een presentatiescherm heet dat sociale inclusiviteit. Hier zie je het in levenden lijve.”

Houten gevel versus onderhoud
Tijdens de rondleiding verschuift het gesprek naar de praktijk. Bij de gevel vraagt iemand hoe het hout zich verhoudt tot onderhoud. Robert legt uit dat het hout op natuurlijke wijze mag vergrijzen en niet steeds opnieuw geschilderd hoeft te worden. “Ook het groen aan het gebouw vraagt geen bewoners met groene vingers: de geïntegreerde plantenbakken worden professioneel onderhouden door een hovenier.”
Dan komt de vraag wat de makers achteraf anders zouden doen. Robert wijst op de stalen kolommen in de grote opening van het gebouw. “Constructief waren ze nodig en architectonisch leveren ze een krachtig beeld op. Vanuit de duurzaamheidsambitie past de hoeveelheid staal minder goed bij wat we als team wilden bereiken.”

En precies daar zit de waarde van SAWA. Niet omdat hier een perfect concept staat dat iedereen morgen kan kopiëren, maar omdat zichtbaar wordt waar ambitie, techniek, regelgeving, budget en praktijk elkaar tegenkomen. “De eerste keer kost dat veel tijd, leergeld en grijze haren. De volgende keer neem je die lessen mee.”
Mark geeft tot slot aan dat we met SAWA eigenlijk alweer ‘aan het terugkijken zijn in de geschiedenis’. Het concept ontwikkelt zich verder, terwijl de klimaatdoelen strenger worden. “Wat vandaag vooruitstrevend is, moet morgen alweer beter.” Tijdens de borrel komen we tot de conclusie dat met SAWA de zoektocht niet klaar is. Het laat vooral zien hoeveel je leert als je daadwerkelijk begint.

9 december: Kijkje in de Keuken bij Vivare
Op woensdag 9 december bezoeken we woningcorporatie Vivare in Arnhem. Waarom kiest een woningcorporatie voor het ene woningconcept en niet voor het andere? Hoe komen prestatie-eisen tot stand? En welke rol spelen investeringen, onderhoud, betaalbaarheid, kwaliteit en levensduur bij die keuzes? We laten zien hoe een woningcorporatie denkt, rekent en beslist. Dus meld je aan!
tekst: Redactiegasten
foto's: John van Hamond




Opmerkingen